My First Smartphone

Door op June 12th, 2015 in de categorie Ouders

‘Hee ik ben jarig, waar waren jullie? Kijk, ik heb een telefoon gekregen!’. Rick is 9 geworden en vierde blijkbaar een feestje waar ik bij had moeten zijn. Of niet, dat doet er niet toe. Het gaat om dat apparaat dat hij uit zijn broekzak tovert en de magie van dat moment. De trots van Rick en de magie in de ogen van Tijmen. De beer is los.

Rick (die eigenlijk een andere naam heeft) woont bij ons in de straat en is een vriendje van Tijmen, mijn oudste zoon van 8. ‘Pap, als ik 9 word krijg ik ook een telefoon, toch?’ Niet geheel onverwacht start Tijmen het gesprek ’s avond aan tafel. Nou had hij op Koningsdag van zijn eigen geld al een oude Nokia gekocht. Een beetje lullig detail was dat er een simlock op zat, die papa er onmogelijk vanaf kon krijgen, omdat je daar de oorspronkelijke simkaart voor nodig had. Kansloos en dus missie mislukt voor Tijmen. Voorlopig althans. Het vuurtje was even gedoofd maar Rick had het weer aangewakkerd.

Dat een smartphone magische aantrekkingskracht heeft op jongeren wist ik allang dankzij mijn werk bij *bliep. Die eerste telefoon is magisch en de liefde voor smartphones gaat nooit echt roesten. Maar ondanks mijn goede voorbereiding op dit moment, moet ik eerlijk zeggen dat er ineens een belangrijk vraagstuk om het hoekje kwam kijken. Wat is eigenlijk de gebruikelijke leeftijd waarop je je kinderen een eerste telefoon geeft? Tijd voor een klein onderzoekje. Wij stelden deze vraag aan ongeveer 1000 ouders met kinderen in deze leeftijdscategorie.

Wat blijkt? 1 op de 3 kinderen van 9 jaar heeft al een mobiele telefoon. Bij 10 jaar is dit 50% en zodra de middelbare school in zicht komt heeft vrijwel elke jongere een smartphone.
Verder bleek dat bereikbaarheid de belangrijkste reden is om je kind een mobiele telefoon te geven. Hoe dat in de praktijk werkt weet ik inmiddels ook. Later die week staat Rick namelijk  ‘s avonds bij ons aan de deur. Of Tijmen nog even mag buiten spelen. ‘Tot hoe laat mag jij?’, vraagt Tijmen. ‘Weet ik niet’, antwoordt Rick, ‘maar mijn moeder belt me als ik naar huis moet.’

359 woorden / 1 minuut